Hoezo? Waarom? Geen idee! Ze zijn er nu eenmaal. Van die dagen dat je wakker wordt en al merkt: “It’s not my day!”. Je voelt je miserabel, ellendig, beroerd, triest, droevig, treurig, somber, zwaarmoedig en verdrietig. Als je het hele rijtje zo achter elkaar opsomt, dan is het een wonder dat je nog niet in een zware depressie bent geschoten!
In dit geval is het een wonder dat ik nog niet in een zware depressie ben geschoten, want uiteraard heeft bovenstaande beschrijving van doen met mijn waking up-moment van vandaag. Hoe kan het ook anders? Het zou raar zijn wanneer ik, als schrijftser van deze blog, dit soort dagen weet te omschrijven voor willekeurig ook welk persoon. Mijn blog is gestaafd op mijn persoontje, wat me (nu ik dit zo neerkrabbel) direct een egocentrisch gevoel geeft. Nog iets om aan mijn trieste lijst toe te voegen…
Net als met een spontaan ontstane paniekaanval, peins ik me suf over de oorzaak van mijn gevoel. Soms is er echter geen aanwijsbare reden. Des te moeilijker is het dan om de boel te accepteren zoals het is! Als je tenminste nog een reden kan verzinnen, is het geoorloofd je rot te voelen. Zonder reden voel ik me enkel een miepende tut hola, een zeikwijf pûr sang. Dat komt mede door de mensen die je, met goedbedoelde woorden, onbedoeld in je waarde doen dalen.
Het zijn de opmerkingen als: “In Afrika hebben ze reden tot klagen.” of “Ach meis, het kan altijd slechter…” Uiteraard kan het altijd slechter en ja, ik ben blij niet het leven te hoeven leiden wat velen in Afrika leven. Maar het doet niets af aan mijn rotgevoel! Het akelige onderbuikgevoel waarmee ik nu in mijn maag loop. Ter plekke, op dit moment! En ik voel me geen steek gelukkiger door in de wetenschap te verkeren dat het altijd slechter kan, of dat het in Afrika allemaal stukken erger is. Reden te meer om me nog meer in mineur te wentelen! Met dit soort loze opmerkingen wordt mijn wereldbeeld er alleen maar slechter op.
Daarom dat ik, voor mezelf, allang heb uitgedokterd waar mijn stemming vandaan komt. Tijdens mijn treffen met Derek Ogilvie waren de personen die ik mis, even zo dichtbij! Daarnaast geeft dat rare, kleine mannetje je een ontzettende berg positieve energie mee. Hoe hij het doet, ik weet het niet, maar dat hij het doet is een feit. Nu voel ik me leeg. Letterlijk! Gewoon futloos en leeg. Al die lieve mensen die niet meer hier zijn… Ik geloof echt dat ze nog ergens zijn. Des te frustrerender voelt het om zelf geen contact met ze te kunnen leggen. Om daar dat kleine, rare, maar ô zo sympathieke en vriendelijke mannetje voor nodig te hebben.
Een mannetje wie je het gevoel geeft zo dichtbij je te staan, alsof je elkaar al jaren kent. Maar ik ken het mannetje verder niet. Buiten een wederzijds gevoel van sympathie voor elkaar, delen we niets. Ik kan hem niet snel even bellen om te vragen hoe het met mijn oma gaat? Of Philip boven een stukje beter vertoeft dan hier beneden? Of mijn opa zich omdraait in zijn graf, van pure schaamte over zijn veelbelovende kleindochter, die carrière maakt als WAO-trut? Of Willem, Willemijn en Giel de rust hebben gevonden, die ze hier niet konden vinden? Of tante Wies nu niet meer in de war is? Of oom Dick en Lieske bij elkaar zijn?
Ik voel me miserabel, ellendig, beroerd, triest, droevig, treurig, somber, zwaarmoedig en verdrietig, omdat ik de boel weer even een plek moet zien te geven. Dat gaat ook wel lukken, maar het kost wat tijd. En ondanks deze nasleep, staat mijn besluit al vast. Dat kleine, rare mannetje ga ik vaker zien! Wie weet, je moet nooit de moed opgeven toch? Of het er van komt of niet, it’s ment to be. En nu kruip ik met een grieperige snotkop weer snel onder mijn dekbed!
Love you all!
Na een tijd van schitterende afwezigheid heeft het bezoek aan Derek Ogilvie me dan toch gestimuleerd de, spreekwoordelijke, pen weer op te pakken. Waar die man een dikke maand geleden mijn hart al heeft gestolen, heeft hij 17 juni j.l. nogmaals bewezen een fantastisch ventje te zijn. Sorry, ik kan het niet helpen. Mijn tante huiverde bij het horen van zijn naam: “Oh, dat is zo’n eng ventje!”. Zelf zegt hij onomwonden dat dames geen kans maken: “Hello, I’m a homo.” Toch kan mijn hart geen weerstand bieden aan deze uiterst symphatieke en bijzondere ‘psychic’!
Soms heb je van die momenten, dan zou je willen dat er een trappetje naar de hemel bestond. Vanuit het niets, en om onverklaarbare redenen, mis je bepaalde personen opeens zo vreselijk intens. Zou het dan niet prachtig zijn gewoon de trap naar boven te nemen?
Eindelijk, eindelijk, ja, eindelijk doet mijn internet het weer! Wat een afkickverschijnselen heb ik moeten doorstaan. Van de één op de andere dag stopte zowel mijn telefoon, als mijn hele internetverbinding ermee. De eerste dagen was het nog lekker rustig, maar na verloop van tijd zat ik steeds vaker in mijn mobiel te kwekken met de hulpdienst van Online.
Niet mijn allercharmanste foto, maar wat wil een mens na gemiddeld zo’n 3 uur slaap?! Derek probeerde me nog te complimenteren met mijn “nice shirt!”, maar nadat ik plomp verloren antwoordde dat het een goedkoop ding was, werd ik met grote knipoog “The girl with the cheap shirt.” genoemd door hem. Mijn eerste treffen met Derek Ogilvie. Mensen, wat een lief kereltje is dat!
Hoe slecht de week ook leek te beginnen, dat vrienden het verschil maken bleek ook nu wel weer! Al verschans ik me achter kilo’s zware rotsblokken, het heeft geen enkel nut. Patricia, Liesbeth, Julius & Daan of Hella - ze blijven standvastig aan de deur of per telefoon bellen!
Sinds het begin van dit jaar gaat het allemaal net ietsje minder. Al die tijd lukte het me redelijk om door te hollen en door te gaan, maar mijn gebroken been dwong me tot verplichte huisrust. Toen ik daar echter ook stiekem mee door dacht te hobbelen, grepen ze daarboven stevig in en haalden me onderuit met een flinke griep. Laat nu net die momenten van totale rust mijn allergrootste valkuil zijn!
Het is verdomd waar! De afgelopen paar dagen leek het wel lente en de sfeer buiten was direct een stuk beter te doen! Opeens zie je zelfs de grootste chagrijnen met een grote grimas op hun, anders stoïcijns naar beneden hangende, lippen. Beetje eng, dat wel. Tenslotte ben je niet gewend aan die verkrampte blije koppen, maar toch. Minder gevit op elkaar, minder gevit op alles wat mis kan zijn en dus een sfeer die stukken beter te behappen is.
Max: mijn held en mijn makker en tegelijkertijd mijn allergrootste frustratie! Echt. ik zou niet zonder het kreng kunnen, maar mensen, wat een chagrijn heb ik met Max getroffen! Ze zeggen wel dat honden en bazen op elkaar gaan lijken. Ik mag hopen dat deze stelling in ons geval verre bezijden de waarheid is! Het zou betekenen dat ik grommend door het leven ga, mijn prikneus in ieders zak steek en dat ik aan kontenbonken doe met mijn beste vrienden.
18 maart 2003. Inmiddels is het alweer zes jaren geleden. Wat lijkt de tijd toch rap te gaan. Wat lijkt het nog maar kort geleden. Ze zeggen dat de pijn minder wordt. Dat is waar, zo spreek ik uit vele malen meer ervaring. Toch blijft bij sommige personen een leegte achter. Een leegte die niet meer op te vullen is. Een klein stukje van jezelf wat niet meer is. Bij mensen met wie je een immens sterke band hebt. Bij mensen met wie je lief en leed hebt gedeeld. De pijn wordt minder, maar ze blijft wel snijden. De wond groeit nooit helemaal meer dicht.