wieke mulder

Jun 21

tears Hoezo? Waarom? Geen idee! Ze zijn er nu eenmaal. Van die dagen dat je wakker wordt en al merkt: “It’s not my day!”. Je voelt je miserabel, ellendig, beroerd, triest, droevig, treurig, somber, zwaarmoedig en verdrietig. Als je het hele rijtje zo achter elkaar opsomt, dan is het een wonder dat je nog niet in een zware depressie bent geschoten!

In dit geval is het een wonder dat ik nog niet in een zware depressie ben geschoten, want uiteraard heeft bovenstaande beschrijving van doen met mijn waking up-moment van vandaag. Hoe kan het ook anders? Het zou raar zijn wanneer ik, als schrijftser van deze blog, dit soort dagen weet te omschrijven voor willekeurig ook welk persoon. Mijn blog is gestaafd op mijn persoontje, wat me (nu ik dit zo neerkrabbel) direct een egocentrisch gevoel geeft. Nog iets om aan mijn trieste lijst toe te voegen…

Net als met een spontaan ontstane paniekaanval, peins ik me suf over de oorzaak van mijn gevoel. Soms is er echter geen aanwijsbare reden. Des te moeilijker is het dan om de boel te accepteren zoals het is! Als je tenminste nog een reden kan verzinnen, is het geoorloofd je rot te voelen. Zonder reden voel ik me enkel een miepende tut hola, een zeikwijf pûr sang. Dat komt mede door de mensen die je, met goedbedoelde woorden, onbedoeld in je waarde doen dalen.

Het zijn de opmerkingen als: “In Afrika hebben ze reden tot klagen.” of “Ach meis, het kan altijd slechter…” Uiteraard kan het altijd slechter en ja, ik ben blij niet het leven te hoeven leiden wat velen in Afrika leven. Maar het doet niets af aan mijn rotgevoel! Het akelige onderbuikgevoel waarmee ik nu in mijn maag loop. Ter plekke, op dit moment! En ik voel me geen steek gelukkiger door in de wetenschap te verkeren dat het altijd slechter kan, of dat het in Afrika allemaal stukken erger is. Reden te meer om me nog meer in mineur te wentelen! Met dit soort loze opmerkingen wordt mijn wereldbeeld er alleen maar slechter op.

Daarom dat ik, voor mezelf, allang heb uitgedokterd waar mijn stemming vandaan komt. Tijdens mijn treffen met Derek Ogilvie waren de personen die ik mis, even zo dichtbij! Daarnaast geeft dat rare, kleine mannetje je een ontzettende berg positieve energie mee. Hoe hij het doet, ik weet het niet, maar dat hij het doet is een feit. Nu voel ik me leeg. Letterlijk! Gewoon futloos en leeg. Al die lieve mensen die niet meer hier zijn… Ik geloof echt dat ze nog ergens zijn. Des te frustrerender voelt het om zelf geen contact met ze te kunnen leggen. Om daar dat kleine, rare, maar ô zo sympathieke en vriendelijke mannetje voor nodig te hebben.

Een mannetje wie je het gevoel geeft zo dichtbij je te staan, alsof je elkaar al jaren kent. Maar ik ken het mannetje verder niet. Buiten een wederzijds gevoel van sympathie voor elkaar, delen we niets. Ik kan hem niet snel even bellen om te vragen hoe het met mijn oma gaat? Of Philip boven een stukje beter vertoeft dan hier beneden? Of mijn opa zich omdraait in zijn graf, van pure schaamte over zijn veelbelovende kleindochter, die carrière maakt als WAO-trut? Of Willem, Willemijn en Giel de rust hebben gevonden, die ze hier niet konden vinden? Of tante Wies nu niet meer in de war is? Of oom Dick en Lieske bij elkaar zijn?

Ik voel me miserabel, ellendig, beroerd, triest, droevig, treurig, somber, zwaarmoedig en verdrietig, omdat ik de boel weer even een plek moet zien te geven. Dat gaat ook wel lukken, maar het kost wat tijd. En ondanks deze nasleep, staat mijn besluit al vast. Dat kleine, rare mannetje ga ik vaker zien! Wie weet, je moet nooit de moed opgeven toch? Of het er van komt of niet, it’s ment to be. En nu kruip ik met een grieperige snotkop weer snel onder mijn dekbed!

Love you all!

Jun 20

Derek Ogilvie 17 juni 2009 011 Na een tijd van schitterende afwezigheid heeft het bezoek aan Derek Ogilvie me dan toch gestimuleerd de, spreekwoordelijke, pen weer op te pakken. Waar die man een dikke maand geleden mijn hart al heeft gestolen, heeft hij 17 juni j.l. nogmaals bewezen een fantastisch ventje te zijn. Sorry, ik kan het niet helpen. Mijn tante huiverde bij het horen van zijn naam: “Oh, dat is zo’n eng ventje!”. Zelf zegt hij onomwonden dat dames geen kans maken: “Hello, I’m a homo.” Toch kan mijn hart geen weerstand bieden aan deze uiterst symphatieke en bijzondere ‘psychic’!

Afgelopen woensdag vond ik het ietwat spannend, maar bovenal erg leuk, om een theatershow van hem mee te mogen gaan maken. Rij 28, met een tussenpad voor onze vermoeide pootjes (We hebben er direct een dagje Amsterdam aan geplakt…, arme voeten!) en weit weg van het podium. Een zucht van opluchting, we zitten in elk geval veilig verborgen tussen een massa mensen. Onder luid applaus komt Derek het podium oprennen, maar in het oog krijg ik hem niet. Op rij 28 probeer ik, al klappend in mijn handen, de zaal af te speuren waar de beste man uithangt. “Hello!” klinkt het opeens pal voor mijn neus, waar hij met opgeheven handen staat voor een ouderwets handje-klap. Les één: ook op rij 28 zit je niet veilig.

Allereerst probeert hij de zaal op zijn gemak te stellen. Naast een lekker deuntje muziek, doet hij dat met een grandioos en goed gevoel voor humor. Al snel gaat hij echter over tot het geven van readings. Voor alle sceptici onder ons, zien is geloven! Verklaren kan ik het niet, maar wat de man aan informatie weet te geven gecombineerd met de manier waarop en de zekerheid waarmee… Ja, die man doet me daadwerkelijk geloven dat er een hiernamaals bestaat. Een indrukwekkende, emotionele, maar ook humoristische show is het resultaat. Aan tijd hecht hij niet. Waar Jeroen (de vertaler en een soort van rechterhand) aangeeft dat na een dikke twee uur de tijd erop zit, zegt Derek dat hij toch nog even door moet gaan.

Ook na de show gaat hij niet eerder weg dan wanneer al het publiek verdwenen is. Niet uit de zaal, maar letterlijk verdwenen uit het theater. Alle tijd neemt hij weer om te signeren, op de foto te gaan en voor een kort praatje. Het was niet de bedoeling om op de foto te gaan dit keer, maar bij het zien van een erg korte rij (en in de wetenschap dat ons vervoer nog niet gearriveerd was) besloten we Patries, met gebroken arm, en Derek te willen verenigen. Zelf raak ik aan de praat met één van zijn medewerkers, die prompt besluit dat ook ik op de foto zal moeten. Bij het zien van mijn blik schiet hij smakelijk in de lach. “En niet zo boos kijken!” Mijn blik schiet bliksem. “Laat mij lekker boos kijken. Dat is origineel! Niemand kijkt boos, ik wil boos kijken.”

Op dat moment hoor ik Derek hard in de lach schieten. “What does she say? She kijken wil boos? No, not kijken boos!” Al tegen sputterend krijg ik een dikke knuffel en jawel hoor, daar gaat mijn hart weer op de loop. Ik kan niet anders dan terug knuffelen en als hij nog enkele persoonlijke dingen in mijn oor fluistert, word ik lichtelijk emotioneel. “Thanks for coming, you’re a good person. I like you, realy, I like you. The both of you are real nice girls” Waarop we met een stevige knuffel en een zoen afscheid nemen.  

Het was een avond waarop een aantal overleden dierbaren me héél dicht in de buurt schenen te zijn. Ook dat kan ik niet verklaren. Het is een gevoel, een warm en erg waardevol gevoel. Naarmate we de Theater Fabriek, en dus indirect Derek Ogilvie, verder achter ons lieten, kreeg ik het steeds zwaarder. Hun aanwezigheid was daar zo duidelijk voelbaar en dat was zó ontzettend fijn, dat het me pijn deed dat gevoel weer af te voelen zwakken.

Och ja, ik ben ervan overtuigd dat ze niet weg zijn, dat ze een oogje in het zeil houden, maar de mogelijkheid met ze te communiceren heb ik zelf niet. Die mogelijkheid zou ik kunnen ontwikkelen als ik mijn ‘paniekpillen’ laat staan, maar laat ik die nu net nodig hebben om mijn leven een beetje aangenaam te houden. Die avond was ik even heel dichtbij ze, dichtbij de kans om met ze te communiceren. Er waren mensen in de zaal die het harder nodig hadden, het contact met hun dierbaren was ze dan ook van harte gegund. Spijt dat ik gegaan ben heb ik absoluut niet. Sterker, volgend jaar weer!

Toch voelde het een beetje als opnieuw afscheid nemen. Dat heeft me de afgelopen dagen wat tranen gekost. Maar wel in de wetenschap dat men nog ergens een wakend oogje op ons houdt. En met woorden van Derek, die gelijk zijn aan woorden die Philip me ooit influisterde. Misschien ben ik dan toch zo’n slecht mens nog niet…

Mei 14
trappetje naar de hemel
icon1 wieke mulder | icon2 dagelijkse troep | icon4 05 14th, 2009| icon3No Comments »

Road To Heaven Soms heb je van die momenten, dan zou je willen dat er een trappetje naar de hemel bestond. Vanuit het niets, en om onverklaarbare redenen, mis je bepaalde personen opeens zo vreselijk intens. Zou het dan niet prachtig zijn gewoon de trap naar boven te nemen?

Het hoeft geen roltrap te zijn en ook geen korte trap, je mag er wel enige moeite voor over hebben. Het zou ietwat lullig zijn als je met een keukentrapje zo in de hemel staat. Waarom immers moeten dierbaren overlijden als je met de keukentrap ook in het Hof van Eden terecht kan komen?! Een stevige klim heb ik er best voor over om een aantal mensen nog eens te kunnen spreken.

Helaas, de enige stevige klim die helpt, is het klimmen der leeftijd. Wat dat betreft kom ik elke dag weer een stapje dichterbij. Zo heeft ouder worden dus toch zijn voordelen! Het grote nadeel is echter dat, als het eenmaal zover is, er geen trappetje naar benee te vinden is. Gelukkig vinden sommigen daarboven dan wel weer een draadje, een soort van electrische golven. Ik geloof tenminste graag dat het hier af en toe daadwerkelijk ’spookt’ in mijn huis. Getuige meerdere vrienden, die hier rare dingen hebben meegemaakt, is het geen ijdele hoop.

Zo gebeurt het regelmatig dat de radio van zichzelf aanspringt en laatst zelfs mijn dvd-speler en televisietoestel tegelijkertijd. Als je alleen bent, verklaart menig mens je voor gek met dat soort verhalen. Fijn dus dat er iemand bij was, die minstens net zo raar keek als ik de eerste keer. Ook is het voorgekomen dat mijn kerstboom vanuit het niets begon te knipperen. Enkele keren achter elkaar, aan en uit en aan en uit, totdat opeens het leek alsof ik zat te hallucineren. Patricia echter lijdt niet aan enge geestesziektes en zij zag het ook. Zelfs mijn lieve paps is getuige geweest van zelf spelende radio’s.

Soms komt het voor dat ik dingen ronduit kwijt ben, me helemaal suf loop te zoeken, om ze vervolgens op onverklaarbare plekken (of nog gek makender, op de plek waar het daarvoor ook daadwerkelijk lag) terug te vinden. Nu kan dat wel eens aan mezelf liggen, maar als je broodnuchtere oppaskind er getuige van is… We hebben ons in mijn kleine flatje met ons twee een ons gezocht! Inderdaad, na een half uur een kreet van Mountje: “Dit kan echt niet!” Daar lag het gezochte voorwerp waar het in eerste instantie al lag, maar waar het dat half uur zeker niet gelegen heeft!

Zo’n draadje met boven is mooi. Je weet dat je niet alleen bent. Je weet dat ze af en toe een kijkje komen nemen. Je komt erachter dat ze nog steeds flauwe gein met je uithalen. Maar spreken kun je ze niet meer en dat mis ik soms gigantisch. Het niet meer kunnen horen, lachen en praten met… Waarvoor ik dus die behoorlijke klim met alle liefde zou willen maken.

Ik weet niet waarom, maar vanavond is zo’n avond. Een beetje lamlendig zit je op de bank. Een diep gesprek met een goeie vriend die er behoorlijk slecht in zit (zeer voorstelbaar door de omstandigheden, maar daardoor niet minder vervelend voor de betreffende persoon). Je krijgt nog een lief sms-je wanneer die vriend weer thuis is. Een bedankje wat niet nodig is, ook de ellende delen hoort bij een vriendschap. Maar dan opeens denk je aan de personen die je niet die steun hebt kunnen bieden…

Je weet dat jou geen blaam treft, maar toch sluimert er altijd een licht schuldgevoel in je rond. Je mist ze en had zo ontzettend graag meer voor ze willen kunnen betekenen. Waarop de namen in je kop komen van de mensen die je wel hebt kunnen steunen, maar waarvan je wist dat de steun niet levensreddend zou zijn. Wat zou ik graag nog eens met hen willen huilen van het lachen. Ik wil ze kunnen knuffelen, kunnen voelen en kunnen ruiken. Het kan niet. En hoever de wetenschap inmiddels ook is ontwikkeld, ondanks alles wat ze tegenwoordig kunnen maken, de mooiste uitvinding van al ligt niet binnen handbereik.

Terwijl het toch heel simpel is. Elke dag maken miljarden mensen er gebruik van. Een trappetje. Niet meer en niet minder. Een trappetje naar de hemel!

Mei 9
tijdperk internet
icon1 wieke mulder | icon2 dagelijkse troep | icon4 05 9th, 2009| icon3No Comments »

vlindersEindelijk, eindelijk, ja, eindelijk doet mijn internet het weer! Wat een afkickverschijnselen heb ik moeten doorstaan. Van de één op de andere dag stopte zowel mijn telefoon, als mijn hele internetverbinding ermee. De eerste dagen was het nog lekker rustig, maar na verloop van tijd zat ik steeds vaker in mijn mobiel te kwekken met de hulpdienst van Online.

Natuurlijk gaan er eerst een x aantal dagen overheen, voordat je ze daar duidelijk hebt gemaakt dat je toch echt wel enig verstand hebt van computers. Niets ten nadele van de behulpzame medewerkers aldaar, ook zij moeten braaf hun checklist afwerken. Inmiddels ken ik het riedeltje uit mijn hoofd. Van een reset van je livebox, gaan ze naar een complete reset van je livebox. Ligt daar het probleem niet? Dan is het ofwel de kabel van je telefoon, ofwel je telefoonstekker zelf die de storing veroorzaakt. Geen resultaat? Wellicht dat het aan de adapter ligt, weet ik zeker dat het ding niet oververhit is? Tja, dan is het mijn virusprogramma of mijn firewall…

Een week verder krijg je ze eindelijk zover dat de boel doorgespeeld wordt naar de technische dienst. Wel met de mededeling dat dit alles tot 12 dagen kan duren en gelieve daarna contact op te nemen, indien er niets veranderd is. Die 12 dagen heb ik niet gewacht. De kosten van mobiel bellen begonnen aardig de pan uit te rijzen en van e-mail controleren en internet-bankieren kwam helemaal niets meer terecht. Dus hup, maar weer een glimlach op mijn gezicht getoverd en met de moed der wanhoop de klantenservice weer gebeld.

“O, maar u moet een nieuwe livebox hebben! Ik maak het direct in orde, binnen 5 tot 10 werkdagen heeft u deze binnen.” Wat ik vanaf het begin al zei, drong nu dan eindelijk door. Het probleem had alles van doen met mijn livebox. Het ding gaat ook alweer zo’n 10 jaar mee. Alleen laat de checklist van de klachtenlijn het niet toe daar direct aan te denken. Eerst moet je tot in den eeuwigheid al het andere uit zien te sluiten, al heb je de uitvinder van de livebox zelf aan de andere kant van de lijn.

Gelukkig kwam vandaag mijn livebox binnen. Splinternieuw en vers van de pers. Het heeft me een periode gekost, maar dankzij dit stukje techniek deden telefoon en internet het weer binnen mum van tijd. Een kwestie van aansluiten, inpluggen en installeren. Zo gepiept. Nu alleen nog hopen dat die box blijft werken. Een paar weken zonder internet heeft me meer dan genoeg rust opgeleverd. Ik wil weer naar hartelust kunnen surfen op het net!

Mei 3
Derek Ogilvie
icon1 wieke mulder | icon2 dagelijkse troep | icon4 05 3rd, 2009| icon3No Comments »

Derek&Me Niet mijn allercharmanste foto, maar wat wil een mens na gemiddeld zo’n 3 uur slaap?! Derek probeerde me nog te complimenteren met mijn “nice shirt!”, maar nadat ik plomp verloren antwoordde dat het een goedkoop ding was, werd ik met grote knipoog “The girl with the cheap shirt.” genoemd door hem. Mijn eerste treffen met Derek Ogilvie. Mensen, wat een lief kereltje is dat!

Het begon vorige week met een e-mail in mijn postvak. In een grijs verleden had ik eens meegedaan aan een prijsvraag via internet. Aangezien ik niet van het winnende soort ben, was ik dat allang weer vergeten, maar hé: “Zaterdag 2 mei bent u ingeloot voor een treffen met Derek Ogilvie, de beroemde Schotse Ghost Whisperer. U en één introducée  worden om 10h30 verwacht…” Zo stond in de e-mail te lezen. Toch wel geïnteresseerd in het paranormale, was voor mij de keus snel gemaakt. Daar moest en zou ik heen!

Zodoende stond ik om 08h00 naast mijn bed. Tja, Max moest uitgelaten en daarna afgeleverd worden op zijn oppasadres (dank aan mijn lieve, grote broer) en rond 09h45 zou ik kant en klaar moeten staan. Gezien het trage tempo waarin ik mij door het dagelijks leven sleep, moest ik er dus vroeg uit. Voordeel is dat we ruim op tijd in Vianen waren, bij het hoofdgebouw van de ECI (onze nationale boekenclub). Derek zou daar zijn boek presenteren, er was tijd voor vragen en daarna kon je een boek laten signeren. Ik besloot er niet al te veel van te verwachten, met in mijn achterhoofd het gezegde: “Niet geschoten is altijd mis…”!

Wat een raak schot heb ik gedaan! Vanaf het eerste moment viel ik voor dat kleine, rare mannetje. Energiek, spontaan, humoristisch, ontzettend sympathiek! Waar de ECI alles tot in de puntjes had geregeld, besloot Derek vanaf de eerste seconde zijn eigen gang te gaan. Boek promoten his ass, hij begon honderduit te vertellen over allerlei dingen. Het vloog van deodorant naar de aanslag met koninginnedag, om verder te gaan met het uitdelen van “sweeties” en het te hebben over Scheveningen. Zo’n twee keer besloot hij de interviewster te beantwoorden over zijn boek. Hij nam ruim de tijd voor het aanwezige publiek en op mijn vraag, volgde een antwoord van ruim een kwartier.

De organisatie werd steeds zenuwachtiger, zo bleek toen we hoorden dat er nog een tweede meeting voor die middag gepland stond. Ook dat liet Derek compleet aan zich voorbij gaan. Hij was geenszin van plan zijn signeersessie af te raffelen. Ook nu nam hij alle tijd voor een persoonlijk gesprek en hij wilde met iedereen eerst apart, dan samen op de foto. “The girl with the cheap shirt!” riep hij enthousiast toen hij me zag, waarop ik een spontane stevige knuffel kreeg. Mijn boek signeerde hij met een zeer persoonlijke boodschap, waardoor ik het diezelfde avond als waardevol cadeau kon afleveren. Toen hij hoorde dat ik het boek cadeau wilde doen, kreeg ik er direct nog een boekenlegger bij met een vrolijke noot erop.

Wat een heerlijke dag was het. Wat een ontzettend fijne man! Ik hoor mensen denken: “Ja ja, fijne man die ondertussen stinkend rijk weet te worden met zijn zogenaamde gave.” Gezien de tijd en energie die hij in mensen stopt echter, valt dat reuze mee. Waar hij betaald wordt voor zo’n twee en een half uur, ben je al snel vijf uur verder. Waar Char al honderden euro’s vraagt voor een telefonisch consult, doet hij het net zo lief gratis en voor niets. Daarnaast is 35 euro voor zijn theatershow een heel betaalbare prijs. Ook dan is hij achteraf nog uren in de weer!

Met een dosis hernieuwde en positieve energie, zakte ik ’s avonds laat moe (maar voldaan) neer op mijn bank. Het volgende treffen staat in mijn agenda genoteerd, de 17e juni in Amsterdam. Bij mij geen verkeerd woord meer over Derek Ogilvie. Die man is echt! En hij gaf me ook nog eens drie hele dikke klapzoenen! Mooi wel!

Mrt 28

dontforget2smileHoe slecht de week ook leek te beginnen, dat vrienden het verschil maken bleek ook nu wel weer! Al verschans ik me achter kilo’s zware rotsblokken, het heeft geen enkel nut. Patricia, Liesbeth, Julius & Daan of Hella - ze blijven standvastig aan de deur of per telefoon bellen!

Zo stond Patries geheel onverwacht dinsdagavond voor mijn deur, nadat Hella me ’s middags al een blokje naar buiten had begeleid. (Jawel, als paniekgestoorde deed ik het afgelopen week fantastisch. Alles buiten de voordeur was tot gevaarlijk gebied bestempeld!) “Aankleden jij!” Denk je je terug te kunnen trekken in je knusse slaaphok, deken over de kop en zwaaien maar met het handje. Niet dus. Als Patries iets in haar kop heeft, heeft ze het allerminst in haar kont. Een klein half uurtje later zaten we dan ook in ons stam-restaurant. Een koffie verkeerd en een punt appeltaart met slagroom voor ons.

Max, op zijn beurt, zat blij te kwispelen onder de tafel. Zijn grote vriend Roel was aan het werk, wat standaard een stapel koekjes oplevert. Ook de rest van het personeel bestond uit oud-gedienden. Wat een uurtje gezelligheid en knusse warmte al voor verschil maakt! Die nacht sliep ik vele malen beter dan de nachten ervoor.

Dan maar woensdag verder met de baaldag. In mijn dromen! Liesbeth belde me fijn uit mijn pessimistische plannen. Vond ik het geen verschrikkelijk goed plan om met Max bij haar in de voiture te stappen? Gewoon richting bos, om daar een stuk op haar paard te rijden? Zo’n drie uur achtereen zijn we onderweg geweest. De honden zo uitgelaten als wat, Liesbeth lopend en ik “Ho, ho, ho…” op de brede rug van (Haflinger) Tuxl. We kregen een paar flinke regenbuien en twee pijnlijke hagelbuien op de koop toe, regelrecht op onze kop. Het kon niet schaden, ik genoot volop.

Daarna mocht ik zo’n drie uur lang opwarmen onder mijn dekbed. Door regen en hagel doorweekt, was ik verkleumd tot op mijn bot. Rond 19h00 stond Liesbeth echter alweer met haar ronkende bolide voor mijn deur. Dit keer om me op te halen voor de warme maaltijd. In haar luie stoel, met Max en Willow op mijn benen, heb ik vervolgens gesmikkeld van een heerlijke rijst-groenteschotel en een lekker mals kippetje. Ook die nacht sliep ik als een klein roosje.

Wellicht dat ik donderdag dan de kans zou krijgen toe te geven aan mijn algehele malaise. Als het aan mijn (van woensdag overgehouden) beurse bilpartij had gelegen… Dit keer strooide de deurbel roet in de smakelijke plannen, Daan en Julius voor de deur. De buurtpubers kwamen efkes gezellig een sigaretje roken. Max zijn dag kon niet stuk. Hoe chagrijnig het beest ook kan zijn, hij is verzot op de buurtpubers. Patricia wisselde de buurtpubers af, waarop we de avond met de slappe lach hebben doorgebracht. Ingrediënten? Een Wii, inclusief twee Wii-controllers, en een dom spel met rare bewegingen. Lekker fanatiek aan de slag (gewoon een kwestie van willen winnen). Buikpijn verzekerd!

Voor vrijdag had ik mijn baalplannen dan ook bijgesteld. Niet geheel onverstandig. Nu was het Hella die me uit de misère kwam hengelen. Een ouderwets middagje elkaar-de-oren-van-het-hoofd kletsen, saucijzenbroodjes in de oven, peuken binnen handbereik en verder simpel bankhangen. Max was in de ochtend al door Patries gekidnapped. De rest van de dag heeft hij in katzwijm gelegen. Heerlijk moe en blij dromend.

Ook de zaterdag is al voorzien van leuke plannen. Ik kom niet aan mijn baal/hyper en paniekmomenten toe! Alhoewel de zaterdag rustig gaat beginnen… Pas rond 16h00 komt Hella. Allereerst om me te begeleiden tijdens het boodschappen doen. Tja, ik moet ergens die paniek in kwijt! Het is de bedoeling ’s avonds dan maar weer eens ouderwets een drankje te gaan doen, om niet al te laat huiswaarts te keren. Daarna in nachtelijke uren een spannende film kijken en vervolgens pyjamafeestje.

Pff, je zal maar zulke vrienden hebben. Ze geven je de kans niet een dag níet te lachen! Wondere wereld. Wondere vrienden!

Mrt 24

lonesome Sinds het begin van dit jaar gaat het allemaal net ietsje minder. Al die tijd lukte het me redelijk om door te hollen en door te gaan, maar mijn gebroken been dwong me tot verplichte huisrust. Toen ik daar echter ook stiekem mee door dacht te hobbelen, grepen ze daarboven stevig in en haalden me onderuit met een flinke griep. Laat nu net die momenten van totale rust mijn allergrootste valkuil zijn!

Tja, dan lig je op de bank te piekeren en te malen… Gelukkig stuurde trouwe Suus me een boekje toe met hersenkrakers, om die grijze massa nog enigszins in beweging te houden. Toen kwam mijn nieuwe bed met (eindelijk) een nieuw matras. Valkuil twee, zo’n bed is heerlijk om je van de hele wereld af te sluiten! Al had ik de voortekenen moeten zien. Het piekeren en malen neemt de negatieve spiraal aan. Tijd om mezelf eens lekker een potje naar beneden te halen. Vaker benauwd, steeds angstiger, een paar keer de fout ingaan met boodschappen doen. (hijgerdehijg, o shit!)

Het bezoek van mijn favoriete zuidneef was nog een welkome onderbreking. Het lukte me door (en voor) hem om mezelf nog even bij elkaar te rapen. Van de week sloot ik me echter al weer steeds meer af. Even geen telefoontjes, even niet reageren op de deurbel. Nog wist ik mezelf wijs te maken, dat ik snakte naar complete rust. Totdat eindelijk de dag aanbrak dat ik, met tranen in mijn ogen en het koude zweet op mijn voorhoofd, de deur uit probeerde te gaan. De lente is begonnen, Wiek Paniek kwam retour.

Wat een hel en wat een schaamte! Mijn gezond verstand schreeuwt me toe dat er niets aan de hand is. “Doe toch normaal! Knokken Mulder! Je gaat je niet laten kisten!” Toch durfde ik de deur niet uit. Waarop ik mezelf maar weer eens inwendig flink op mijn eigen donder gaf! Zonder succes. Na een flinke scheldpartij voelde ik me alleen maar slechter. Een kwestie van de deur uitlopen. Wat voor kortsluiting zit er toch in die hersenpan? Het meest simpele jaagt me doodsangst aan?!

Verstandelijk weten dat je een beetje raar doet, maar het lichamelijk niet kunnen opbrengen… Dat geeft zo’n verlammend en machteloos gevoel. Ik durf niet naar buiten, ik durf niemand onder ogen te komen. Met wat voor reden in vredesnaam?! Gelukkig kan ik mezelf ook nog smakelijk uitlachen. Zeker toen ik, als dief in de nacht, mijn kamer insloop om alle gordijnen maar te sluiten. Anders is in de woonkamer vertoeven zelfs onmogelijk! Een paniekstoornis gecombineerd met straatvrees… Deze shit bewees me eens te meer dat het een handicap is, die ik mijn ergste vijand nog niet toewens.

Liesbeth en Memouna hielpen me, grote opluchting, Max uit te laten. Daarnaast hielp Liesbeth me de ergste gedachtengang te doorbreken. Gewoon met wat opbeurende woorden. Me duidelijk makend dat ik niet gekker ben dan ieder ander en dat het niets helpt me dat zelf te blijven aanpraten. (Toch voel ik me op die momenten wel degelijk gestoorde van haver tot gort!) Dat het al helemaal niet helpt mezelf helemaal tot de grond toe af te kammen, want: “Heeft dat je er eerder wel al eens bovenop geholpen?” Ahum, daar moest ik een ontkennend antwoord op geven.

Het heeft te maken met hyper-sensitiviteit, hyper-gevoeligheid. Elk mens kakt een keertje in als hij of zij alle sfeer en emotie oppikt. Zeker als je er geen kant mee op kan, als je niet weet hoe de boel een plek te geven. I know, maar toch is het een kwaal die me zo nu en dan naar een flinke depressie doet neigen. Gezonde mensen staan er niet bij stil, maar mij kost het alle moeite van de wereld om die boodschappen in huis te halen. ‘Normale’ mensen stappen zonder na te denken trein en bus in, ik moet dagen bijkomen als ik één zo’n ritje maak. Hoe ik dan wel in een kroeg kan vertoeven? Ha, alleen als ik de mensen er ken, als de boel vertrouwt is, en dan nog… Het scheelt in elk geval dat in die tenten meestal een ontspannen, gezellige sfeer hangt. Die positieve sfeer geeft in elk geval weer wat kracht!

Naast de hulp (en vooral het begrip) van Liesbeth en Memouna, was er echter nog een lichtpuntje. Wat heet, het gaf me een gigantische boost in de goede richting. De telefoon ging, dat apparaat wat ik de afgelopen week doelloos heb laten rinkelen, maar nu nam ik op. (Waarom weet ik niet, ik had totaal geen zin in ‘een goed gesprek’.) Een heel zacht stemmetje aan de andere kant van de lijn, heel weit weg klinkende: “Met Sandra.”

Sandra, in zeer korte tijd een heel dierbare vriendin geworden. Een schat van een meid, waar ik reteblij mee ben haar te hebben mogen leren kennen. Nuchter, analytisch, intelligent, maar vooral en bovenal met een karakter én hart van goud. Sandra, wiens aanwezigheid ik best mis nu ze door Zuid Amerika trekt. De goeie gesprekken, de avondjes barhangen, even een filmpje kijken, spontaan wat gezelligs doen. Of ook (en dat maakt vrienden, echte en hechte vrienden) bij elkaar je immens rot kunnen voelen en erover kunnen praten. Hing die Sandra nu net aan de andere kant van de lijn, aan de andere kant van de wereld, net nu ik me diep ellendig voelde?

Ja! Heerlijk! Ook zij had toevallig net veel rottigheid achter de rug. Zo fijn om op zo’n moment de stem te horen van zo’n dierbaar persoon. En dat terwijl ik hier in mijn flatje zit, terwijl zij op de evenaar vertoeft! Belt ze uitgerekend mij, wat ik uitermate goed kon gebruiken! Te toevallig weer om nog toeval te kunnen noemen. Wat vliegt de tijd snel als je elkaar van alles te vertellen hebt. Zo ver weg, maar op een belangrijk moment zo onverwacht dichtbij!

Dat telefoontje… Sandra, Liesbeth en Memouna… Misschien heb ik niet mijn beste periode. Misschien ben ik hartstikke mesjokke. Maar met dat soort vrienden om me heen… Dat maakt het de boel toch weer waard om voor te knokken!

Mrt 22
zomer alsjeblieft!
icon1 wieke mulder | icon2 dagelijkse troep | icon4 03 22nd, 2009| icon3No Comments »

happy sunshineHet is verdomd waar! De afgelopen paar dagen leek het wel lente en de sfeer buiten was direct een stuk beter te doen! Opeens zie je zelfs de grootste chagrijnen met een grote grimas op hun, anders stoïcijns naar beneden hangende, lippen. Beetje eng, dat wel. Tenslotte ben je niet gewend aan die verkrampte blije koppen, maar toch. Minder gevit op elkaar, minder gevit op alles wat mis kan zijn en dus een sfeer die stukken beter te behappen is.

Helaas is het vandaag weer wat kouder en ietsje minder zonnig. Alsof de duvel ermee speelt, direct lopen er weer een stelletje irritante “bloed onder de nagels vandaan” trekkende figuren rond. Figuren die ik met elk soort weertype sowieso liever ontloop, laat staan dat ik zin heb om ‘gezellig’ met ze te babbelen. Blijkbaar hangt er echter ergens een bordje op mijn lijf: “Wieke des Heils, lult u maar raak.” Waarop ik hen een blik toewerp, die het tegendeel hoort te bewijzen. Ik ben niet alleen maar lief en aardig! Zout een endje hene!

Perfect voorbeeld van deze types (Je kan hem zowat het boegbeeld noemen!) is sinds jaar en dag éne Fransiscus. Die naam alleen al! Niet Frans of Frank, nee, roepnaam Fransiscus. Oké, daar kan de man niets aan doen, maar dan lijkt hij ook nog eens op Dutroux. De aura die om die kerel heen hangt is gewoon helemaal verkeerd. Hij botst in elk geval ontzettend met mijn aura, dus maak ik me zo snel als mogelijk uit de voeten zodra ik hem op mijn radar bespeur.

Vandaag was er echter geen ontsnappen aan. Met zijn handjes op zijn rug gevouwen (zijn standaard houding: licht gebogen hoofd, langzaam sluipend, handjes wee op de rug samengevouwen…) kwam hij direct op me af. Nu heeft Nurk me wel eens gezegd dat hij van zichzelf weet chagrijnig te kunnen kijken, maar dat ik hem heel af en toe kan overtreffen met een dodelijk gelaat. Die vermorzelende blik wierp ik dan ook direct op onze Frans af, er in stilte aan toevoegend: “Move jij!”. Het werkte niet!

Dan maar de beschutting opzoeken van een stel, toch aardig gespierde, mannen. Baas Bob kon zijn leedvermaak al amper verbergen en proestte het zowat uit, toen heilige Frans in mijn oor begon te tetteren. Natuurlijk alleen maar weer geklaag over van alles en nog wat, en een discussie beginnend over onderwerpen waar ik niets mee van doen heb. Ik reageerde heerlijk bitcherig en kortaf. De ellende is alleen dat me dan ook nog een soort van schuldgevoel bekruipt!

Zo liep hij een aantal jaar geleden ook continu achter me aan. Philip was net overleden en iedereen wist dat wij goede vrienden waren. Kwam hij aan: “Jaha, Philip is dood. Ik zag een ambulance staan.” Vriendelijk zei ik hem dat Philip inderdaad overleden was, om hem vervolgens duidelijk mede te delen dat ik even geen zin had het erover te hebben. Hij volgde me pikant het hele park door tot aan mijn voordeur, telkens dat zinnetje herhalend. “Jaha, want ik zag een ambulance staan.” Al had ‘ie de heilige geest hemzelve gezien, 10 ambulances op rij of wie dan ook in zijn nakie, zout een eind weg!

Nu ik net van mijn gebroken been genezen ben, heeft hij een nieuwe variant bedacht. Eerst brak ik mijn arm, nu mijn been, ik dronk zeker wel te veel. Pardon? “Ja, je breekt niet zomaar wat, toch?!” Normaal zou ik me er met een dolletje vanaf maken. Bij die man lukt het me gewoonweg niet. Mijn nekharen gaan direct overeind staan en mijn handen beginnen al te kriebelen. Die vent doet mijn humeur naar het nulpunt zakken, zelfs ver daaronder! Daarnaast gaat het hem geen donder aan hoe ik al mijn ledematen weet te breken. (Gewoon een kwestie van onhandigheid en domme, stomme pech.)

Laat die zon maar heel rap helemaal doorbreken. Warme, mooie en lome zomerdagen. Vrolijke mensen. Terrasjes pakken in het Griftpark en ’s avonds op het rookterras van Het licht mensen kijken. Op mijn balkon met een lekker dik (en vooral spannend) boek. Weg met dat soort irriterende akeligheden. Laat mij genieten van mijn eigen leven en laat hem zich er niet in opdringen!

Hmm, ik ga nog eens mijn dodelijke blikken oefenen voor de spiegel. En proberen of ik nog vele malen bitcheriger kan klinken. Op naar een goeie zomer!

Mrt 21
zo baas, zo hond
icon1 wieke mulder | icon2 hondenshit | icon4 03 21st, 2009| icon3No Comments »

waterhond! Max: mijn held en mijn makker en tegelijkertijd mijn allergrootste frustratie! Echt. ik zou niet zonder het kreng kunnen, maar mensen, wat een chagrijn heb ik met Max getroffen! Ze zeggen wel dat honden en bazen op elkaar gaan lijken. Ik mag hopen dat deze stelling in ons geval verre bezijden de waarheid is! Het zou betekenen dat ik grommend door het leven ga, mijn prikneus in ieders zak steek en dat ik aan kontenbonken doe met mijn beste vrienden.

Begrijp het kontenbonken niet verkeerd. Max weet gewoon niet hoe hij het spel moet beginnen. Bij gebrek aan deze wetenschap, heeft hij zelf de ultieme uitdagingshouding gevonden. Men keert de kont naar de andere hond toe, doet de flaporen net iets spitser de lucht in steken en vervolgens duwt men met de kont de andere hond alle kanten op. Dit gaat uiteraard gepaard met een hoop “grumba” en “grw”. Nu alleen nog hopen dat de andere hond dit alles begrijpt!

Zo staat mijn Max zijn kont tegen willekeurige honden te posteren, een grote grimas op die eigenwijze kop van hem. Helemaal prima, maar wat dat betreft lijken we geen éne meter op elkaar. Ook onze neuzen, en het gebruik ervan, zijn zeer verschillend. Max heeft echt zo’n gigantische prikneus. Mijn neus heb ik geërfd van mijn voorouders en is gebaseerd op het beetje Joods bloed wat we in de familie hebben. Max steekt zijn neus ook daadwerkelijk overal in. Heeft iemand een tas met koekjes bij zich? Meneer Mulder zit al met zijn neus rond te wroeten.

Ik heb getracht hem te leren dit ook op de markt te doen, maar dan met portemonnaies. Helaas, honden denken wat dat betreft enkel met de maag! Zo had vandaag iemand een kleine, plastic tas bij zich met saucijzenbroodjes. Vers en warm van de bakker. Max kreeg de kans niet zijn neus erin te prikken, dus pakte hij het anders aan. Gezellig sprong hij naast de eigenaresse (van de broodjes) op de bank en ging pontificaal op de broodjes zitten. Wee de hond die maar in de buurt durfde te komen, die werd meters verder weg gegromd.

Nu houd ik ook best van lekker eten (al is mijn volslank Rubens-figuur helaas niet daar aan te danken…), maar om het nu op die manier te pakken zien te krijgen? Over het algemeen doe ik het netjes via een bestelling in een restaurant of eetcafé, of ik koop de ingrediënten in de supermarkt. Nog nooit heb ik mijn knobbelneusje gebruikt om deze in heerlijk geurend eten te prikken, laat staan dat ik er ooit middenin of middenop ben gaan zitten!

Het grootste verschil echter tussen Max en mij, is ons prachtig humeur. Waar ik (natuurlijk) het zonnestraaltje haarzelve ben, is Max (uiteraard) het meest chagrijnige wezen op deze aardbol. Herstel: er zijn een aantal wezens die nog erger zijn, maar Max dingt toch aardig mee naar een plek in de top 10! Grauwen, grommen en brommen. Het is zijn lust en zijn leven. Zelfs lieftallige kusjes geven, kan bij Max gepaard gaan met een hoop gegrom. 

Zo heel af en toe laat hij er ook zijn tanden bij blikkeren. Zeer indrukwekkend, als je hem niet kent tenminste. Degenen die hem kennen, weten dat Max een synoniem is van Kwalbert Verlinde. Zeg één keer boe tegen het beest, meneer springt er met een holletje vandoor. Daarnaast houdt hij het meest diepe keelgegrom amper vol. Hoe vervaarlijk hij ook kan te grommen, steevast begint meneer er voluit bij te niezen! Grumbahatsjoe. Maar toegegeven, hij gromt stukken stoerder dan ik zelf kan.

Wat we wel met elkaar gemeen hebben (helemaal volgens het ‘zo baas, zo hond’-principe), is dat we niet zonder elkaar kunnen. En wat voor chagrijnige, met prikneus gezegende, kontenbonker Max ook is, dat is toch het allerbelangrijkste. Max: mijn ergste nachtmerrie. Mijn allergrootste liefde!

Mrt 18
Lieve Philip
icon1 wieke mulder | icon2 in memoriam | icon4 03 18th, 2009| icon3No Comments »

roos 18 maart 2003. Inmiddels is het alweer zes jaren geleden. Wat lijkt de tijd toch rap te gaan. Wat lijkt het nog maar kort geleden. Ze zeggen dat de pijn minder wordt. Dat is waar, zo spreek ik uit vele malen meer ervaring. Toch blijft bij sommige personen een leegte achter. Een leegte die niet meer op te vullen is. Een klein stukje van jezelf wat niet meer is. Bij mensen met wie je een immens sterke band hebt. Bij mensen met wie je lief en leed hebt gedeeld. De pijn wordt minder, maar ze blijft wel snijden. De wond groeit nooit helemaal meer dicht.

Als een donderslag bij heldere hemel, kwam het nieuws van jouw overlijden. Een hartaanval? Een gescheurde slagader? Dat is nooit helemaal bekend geworden. Het doet er ook niet toe. Feit is dat je niet meer hier bent. Aan de éne kant was en ben ik blij voor je. Je had nooit meer voluit durven leven, als je de boel al overleefd had. Nu hoop ik dat je op een plek bent, waar je volledig vrij bent. Waar je kunt zijn wie je bent. Waar je niet langer een facade tegenover de buitenwereld hoeft op te houden.

Maar missen doe ik je ook. Je bulderende lach die nergens meer klinkt. Je telefoontjes bij nacht en ontij, dan weer serieus van toon en dan weer puur voor de gein. Onze wandelingen op de hei, in het Noorderpark, in Rhijnauwen, bij Beerschoten, door het Panbos en waar al meer. Onze gesprekken, maar ook de slappe lach. Het keuvelen op het terras.

Je bent de persoon geweest, die mij terug de wereld in heeft getrokken. Mijn paniekstoornis speelde me parten, dus veel naar buiten kwam ik niet. Daarnaast was ik te veel mensen verloren. Ik wilde geen mensen meer ontmoeten. Ze gingen toch wel weer dood… Je bleef echter volhouden. Je accepteerde geen nee op je aangeboden vriendschap.

Je nam me mee naar glamourfeestjes van bekend Nederland. In heuse Jaguar werd ik afgehaald. Met mijn snufferd stond ik voor de camera’s van SBS Shownieuws. Een hele avond Engels praten met een zangeres, die later onvervalst Nederlands bleek te spreken. We lachten samen om die wereld vol nep en diezelfde wereld brak je uiteindelijk op. Na 25 jaar trouwe dienst als journalist, nam je een “sabbatical year”.

Bekend Nederland waardeerde je om je eerlijkheid en oprechtheid. Bij je afscheid waren ze er niet. De Privé liet een lullig rouwkransje afleveren. Je wordt snel vergeten in die wereld… ’s Avonds werd er een item aan je gewijd in RTL Boulevard. Kwalbert Verlinde sprak lovende woorden over je. Twee weken eerder had je me nog verteld hoe je hem verafschuwde. Toch heb ik het nog steeds op video staan. Als herinnering aan jou. In mijn boekenkast prijkt een foto. Het is alles wat rest.

Slechts 4 jaren heb ik je gekend. Toch zijn die 4 jaren van grote impact geweest op mijn leven. Je hebt me weer leren genieten. Je hebt me geleerd weer te vertrouwen op mensen, te vertrouwen in vriendschappen. Je hebt me leren omgaan met mijn paniekstoornis. Je hebt me op sleeptouw genomen en mijn leven weer de positieve kant opgestuurd. Mede dankzij jou ben ik nu wie ik ben en heb ik weer een fantastische vriendenkring om me heen weten op te bouwen.

De mooiste erfenis die je me hebt nagelaten, waren de woorden die je familie tot me richtte. Vol ongeloof stond ik voor je deur, toen ik het nieuws van je overlijden had gehoord. Het kon niet. Het mocht niet. Niet jij! Toen je broer de deur opende, bleek de nachtmerrie werkelijkheid. Stamelend legde ik uit wat ik kwam doen, stelde ik me voor. Een grote glimlach op Lesley zijn gezicht: “Wieke! Ja, hij had het vaak over je. Hij noemde je altijd zijn medicijntje. Doordat hij jou zag opbloeien, genoot hij ook weer. Ja, je was echt zijn medicijn.” Gijs en Kleine hebben de tranen van mijn gezicht gelikt. Gijs was niet van mijn zijde af te krijgen. Telkens stootte hij met zijn natte hondenneus tegen me aan. Kwispelend. Troostend.

Een andere erfenis waren wat losse woorden, die je op het terras terloops tegen me zei. Ik zat mezelf niet eens af te kraken, maar je wist hoe ik over mezelf denk. Wiepie goggomobiel. Lelijk, dik en de moeite niet waard. Je zat je krantje te lezen, terwijl ik met een koffie verkeerd lekker mensen zat te kijken. “Wiek, ik wil je toch één ding meegeven.” De zon scheen stralend, heerlijk weer. “Ik heb met bekend Nederland gewerkt en met bekend Hollywood. Hoe knap en slank al die filmsterren ook zijn, ik zit je zo eens te bekijken… Aan jouw uitstraling kunnen ze niet tippen! Je bent zo’n prachtig mens.” Kans om te protesteren gaf je me niet, je dook weer in je krant.

Twee dingen die me altijd bij zullen blijven, al geloof ik dat laatste nog steeds niet helemaal. 18 Maart 2003 hield je op met bestaan. Het moment van je overlijden, voelde ik stevig de drang om te bellen. We hadden een draadje met elkaar. Een foto, een stukje video en herinneringen is alles wat rest.  Of toch niet? Want als ik vanmiddag het veld oploop, hoor ik dan niet jouw bulderende lach? Zie ik je niet staan, met je krantje bij de trimtafel? Zie ik je niet zitten op het terras, in de zon en met een volle kop thee?

Lieve Philip, voor altijd in mijn gedachten. De 18e maart net ietsje meer. Ik mis je, maar ik weet dat je nog steeds ergens een wakend oogje op me houdt. Bedankt lieve schat. Tot ziens!

« Previous Entries